3 juni 2021

"Het moeilijkst bij een nieuwe teelt is de afzet"

Leo Henckens produceert en verwerkt yacon. Hij ging op zoek naar mogelijkheden voor verwerking en afzet van deze in onze gebieden nieuwe teelt.

 

In 2015 oogstte Leo Henckens voor de eerste keer yacon op zijn Kinrooise velden. “Ik ben er eerder toevallig mee gestart”, vertelt hij zelf. Yacon is eigenlijk een tropisch knolgewas, afkomstig uit de Latijns-Amerikaanse Andes. Maar ook bij ons gedijt hij goed. Maar wat moet je daarmee als niemand je product kent? Hoe vermarkt je het onbekende?

“Na de sluiting van Ford Genk is het economische steunprogramma ‘Salk Limburg’ (zie kader) opgestart en dat initiatief ondersteunde ook het Groente-innovatiefonds”, steekt Leo van wal. “Op een boogscheut van het bedrijf hier ligt een site waar vroeger grind werd gewonnen. Omdat er maar de helft kon worden aangevuld van wat was beloofd, kwam er budget in een vzw terecht. Van daaruit is Agropolis Kinrooi ontstaan. Via die weg kwam de vraag om yacon bekender te maken.” En zo kwam de knol uit Zuid-Amerika terecht in het teeltplan van Leo. “De eerste twee jaar hebben we vooral testen gedaan. Eerst naar het planttijdstip om te zien welk verschil vroeg en laat planten heeft, en dan op de plantdichtheid om het effect te meten van het aantal planten per hectare. Uit die testen leerden we veel. Het is zo dat er bij yacon twee knollen zijn. Er is de plantknol, in het midden. Die moet je na de oogst bewaren want die heb je nodig om het jaar nadien te planten. Daaraan hangen de eetknollen. Normaal gezien beginnen we in februari of maart met het snijden van de plantknollen om deze te vermeerderen. Van één plantknol maak je er een vijftal. In het begin plantten we die dan rechtstreeks in de grond, maar daar stelde zich een probleem. Yacon kan absoluut niet tegen vorst. Het loof wordt zwart en bij zwaardere vorst is de knol glazig en dus nutteloos. Je kan hem dus pas na 15 mei buiten planten en bovendien vertrekt hij heel langzaam. Dat zorgt voor een tweede hindernis: onkruidbestrijding. Er bestaan geen bestrijdingsmiddelen voor yacon, dus alles gebeurt mechanisch. Om die moeilijkheden op te lossen, zijn we beginnen opkweken in potjes. Zo bekomen we een langer groeiseizoen. Nu planten we dus in maart in potjes en tot half mei blijven die in een plastic tunnel staan. De planten zijn dan zo’n 20 cm groot. Nog een voordeel is dat we niet met lege plekken in het veld zitten. Kiemt een knol niet, merken we dat al in de pot. Om de onkruidbestrijding te beperken, telen we intussen op biologisch afbreekbare folie, voorzien van druppelirrigatie. Dan moeten we enkel nog de rijpaden zuiver houden, dat is een grote verbetering.”

Oogst in november

In eerste instantie is Leo aspergeteler. Gelukkig is er niet al te veel overlap tussen beide teelten. “We merkten dat yacon een laatgroeier is. Enkel het planten gebeurt in de drukste aspergeperiode, maar de oogst is voor het najaar. Half juli beginnen de rijen dicht te komen en richten we ons op de irrigatie. In september lijkt de yacon-oogst altijd een misser, maar wanneer oktober voorbij is en de dagen merkelijk korter worden, is hij perfect. In november oogsten wij. Mocht het al vroeg beginnen vriezen, snijden we het loof af en bedekken we het met vliesdoek. Zo winnen we toch een graad of vijf. De geoogste wortels gaan dan op een band die we zelf hebben gebouwd, zodat we de plantknollen en de eetknollen van elkaar kunnen scheiden. De bewaring gebeurt in een leegstaande frigo. We ondervonden al dat de temperatuur ook niet té laag mag zijn, dan bewaart yacon minder goed.”

Wie plant, wil oogsten. En wie oogst, wil verkopen. Een enorm moeilijk evenwicht bij een minder gekende teelt. “Elk jaar is het weer een moeilijke keuze hoeveel we zullen planten. Zetten we te weinig, zijn we misschien al uitverkocht in december en dat is niet goed. Zetten we te veel, dan moeten we het zien kwijt te raken. Maar aan wie? Afzet is het grote probleem. Dit jaar hebben we al 30 kg aan de veiling geleverd. Dat is zeer beperkt dus. Bijkomende moeilijkheid is dat yacon heel breukgevoelig is. De geringste breuk bij het oogsten, maakt dat hij niet goed bewaart.” Leo bleef niet bij de pakken zitten en zocht al snel naar alternatieven om zijn yacon aan de markt te brengen. “Verwerkte producten zijn makkelijker te bewaren, dus onderzochten we wat er allemaal mogelijk is met yacon. Yaconstroop bijvoorbeeld, dat vonden we al te koop op het internet. Wij maken intussen een variant met yacon, appel en peer. Naast de stroop zijn we ook confituur gaan maken onder de naam Bommesaarke, en twee vrienden hebben op basis van onze yacon een gin gemaakt.”

Yaconsap uit Kinrooi

“Net voor kerst wilden we iets anders proberen. Een experiment om stroop te maken van yaconsap draaide op niks uit, maar tijdens het proces hadden we wel dat sap geproefd en dat was heel lekker. Een van de eigenschappen van yacon is dat het na het schillen of bewerken heel snel zwart wordt, dus we moeten er iets aan toevoegen zodat het een lekker ogende kleur heeft. We kozen voor zure appel en vond ik een bedrijf dat het sap voor mij kon maken. Ook daar hebben we leergeld betaald, want ons sap was troebel, zoals we hadden gevraagd, maar het bezinksel koekte samen en hoewel het na veel schudden drinkbaar was, zag het er absoluut niet lekker uit. Intussen hebben we een nieuwe, heldere variant gemaakt. In Kinrooi zijn er wel enkele typische dranken, maar die bevatten allemaal alcohol. We hopen dat we met ons yaconsap een niet-alcoholisch streekproduct kunnen worden. We denken dat yacon ook goed zou werken in patisserie, een yaconflap in plaats van een appelflap. Er zijn zo veel mogelijkheden en er wordt volop geëxperimenteerd. We mochten al een vegetarische bitterbal op basis van yacon proeven, en yaconpoeder om gezonde smoothies te maken. Maar het blijft heel vaak bij experimenten. De producten halen de markt niet.”

Eerst investeren

“Er is zo veel mogelijk, maar hoever moet je als teler gaan? We bekeken bijvoorbeeld eens om yacon in blik of glas te verkopen, maar conserven werken pas wanneer mensen het verse product kennen. En het is een mooi product, maar de consument kent het niet. Het is het verhaal van de kip of het ei: moet je eerst het product hebben, of eerst de afzet? Een product zonder afzet werkt niet, maar het omgekeerde is ook niet mogelijk. Dat is het moeilijke wanneer je start met een nieuwe teelt. En eerst moet er ook altijd geïnvesteerd worden. Nu bijvoorbeeld in de etiketten voor de sapflessen, maar eerder bijvoorbeeld al voor folders in het Nederlands, Frans en Duits, receptenboekjes … Noem maar op. De laatste jaren heeft de yacon ons enkel geld gekost. We hopen dat de teelt over vijf jaar rendabel zal zijn.”

“Die timing heeft dit jaar vanwege de coronacrisis ook een knauw gekregen. Net zoals in de asperges, organiseren we ook in de periode van oktober tot februari bedrijfsbezoeken over yacon. Bussen met verenigingen komen dan langs op ons bedrijf. Dat helpt enorm met de bekendmaking van het product. We hebben hier aan huis ook een zeer populaire thuisverkoop met een groente-automaat. Daarin vinden klanten dagelijks verse groenten, fruit, versgesneden frieten, soepen … We proberen zo veel mogelijk te werken met producten die hier in de buurt geteeld worden. Een bord aan de gevel vestigt ook de aandacht op yacon. En de plaatselijke traiteur maakt er geregeld gerechten mee Hier in de buurt is yacon intussen wel gekend. Nu de rest van Vlaanderen nog.”

 

BRON:
https://www.boerenbond.be/kenniscentrum/publicaties/boertuinder
Dit artikel werd gepubliceerd in Boer&Tuinder. Voor het overnemen van dit artikel uit Boer&Tuinder hebben we schriftelijke toestemming van de redactie.